content="width=device-width, initial-scale=1.0">
Grote zwitserse sennen amber

Grote Zwitserse Sennenhonden

"van Bolondhu"

zwitserse sennen 9

Over de gezondheid van de Grote Zwitserse Sennenhond.

De levensverwachting van de Grote Zwitserse Sennenhond ligt rond de 10-11 jaar.

Er zijn een aantal aandoeningen die bij de Grote Zwitserse Sennenhond voorkomen, waar mogelijk wordt daar op getest voordat er met een hond gefokt wordt.

HD; heupdysplasie houdt in dat het heupgewricht niet optimaal gevormd is. De kom van de heup kan te vlak/ondiep zijn en/of de bol aan het einde van het bovenbeen is niet mooi rond waardoor hij niet goed in de kom valt. Doordat de botstukken niet goed in elkaar passen kan dat al op jonge leeftijd voor problemen zorgen, maar vaak ziet men de problemen pas op latere leeftijd doordat er slijtage aan het gewricht optreedt. HD is een erfelijke aandoening, maar er spelen ook andere factoren mee. Daardoor zal het bij de ene hond anders ontwikkelen dan bij de ander. Honden waarmee gefokt worden, worden door middel van röntgen foto’s gescreend op HD.

ED; elleboogdysplasie is een verzamelnaam voor een aantal elleboog aandoeningen. Bij de Grote Zwitser komt vooral LPC voor. LPC (los processus coronoid) is een stukje bot dat afbreekt van de ellepijp. Bij ongelijke groei van het spaakbeen en de ellepijp komt er veel druk op het ellebooggewricht te staan. Hierdoor kan een uitstekend stukje van de ellepijp afbreken. Dit is zeer pijnlijk, vergelijk het met een steentje in je schoen. Net als HD is ED voor een deel erfelijk. Maar ook hier spelen meerdere factoren, zoals goede voeding en gedoseerde lichaamsbeweging een rol. Honden waarmee gefokt worden, worden door middel van röntgen foto’s gescreend op ED.

OCD; osteochondrose dissecans is een aantasting van de kraakbeenlaag van het gewricht. Hierdoor kunnen er stukjes kraakbeen los raken en irritatie in het gewricht veroorzaken. Bij de Grote Zwitserse Sennenhonden wordt er door middel van röntgen foto’s gescreend op OCD in het schoudergewricht.

Oogafwijkingen; er komen verschillende oogafwijkingen voor bij de Grote Zwitserse Sennenhond.

- Entropion; hierbij krullen de oogleden zodanig naar binnen dat de wimpers de oogbol raken. Dit leidt tot irritatie van de oogbol en kan uiteindelijk permanente schade aanrichten als het niet operatief gecorrigeerd wordt.
- Distichiasis
; is een extra rijtje wimpers in het ooglid. Dit lijdt over het algemeen genomen niet tot problemen. Soms raken deze wimpers de oogbol en dan zullen deze wimpers weggebrand moeten worden.
- PPSC; Posterior polair subcapsulaire cataract is een vorm van staar. In de meeste gevallen bestaat dit uit kleine troebelingen in het oog en leidt het niet tot blindheid.

Om deze oogaandoeningen uit te sluiten wordt er een ECVO oogonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek mag ten tijde van de dekking niet ouder dan een jaar zijn. Is de hond ouder dan 5 jaar en vrij van alles, dan hoeft er daarna geen oogonderzoek meer gedaan te worden.

Epilepsie; helaas komt bij de Grote Zwitserse Sennenhond epilepsie voor. De eerste aanvallen ontstaan meestal tussen 1-3 jaar. De Grote Zwitserse Sennenhonden reageren niet goed op medicijnen tegen epilepsie. Alleen de combinatie van fenobarbital en KBr lijkt enigszins te werken. Het is belangrijk dat een hond met epilepsie zo snel mogelijk op medicatie gezet wordt. Elke aanval verlaagt de drempel voor een volgende aanval. Hoe meer aanvallen, hoe meer medicatie er nodig is.

Er is nog maar weinig tot niets bekend over de genetische achtergrond van epilepsie bij de Grote Zwitserse Sennenhond. Dat maakt het lastig om de ziekte te voorkomen. Wel wordt er zoveel mogelijk informatie verzameld om het risico op epilepsie te verkleinen.

P2Y12; onderzoek heeft aangetoond dat bij een groot deel van de Grote Zwitser populatie sprake  is van een mutatie in het P2Y12 gen(58-80% afhankelijk van het onderzoek). Het vermoeden is dat lijders van deze mutatie een grotere kans op bloedingen bij een operatie kunnen hebben. Verder onderzoek is nodig. Het is wel verstandig te melden aan de dierenarts dat Grote Zwitsers gevoelig kunnen zijn voor bloedingen voordat u hond geopereerd wordt.

Incontinentie na sterilisatie; meer dan de helft van de Grote Zwitserse Sennenhonden teven wordt incontinent na sterilisatie. (Het verwijderen van de eierstokken heet eigenlijk castratie, maar wordt in de volksmond sterilisatie genoemd, vandaar dat ik deze benaming gebruik.) De vrouwelijke hormonen hebben invloed op de sluitspier van de blaas. Door de afwezigheid van deze hormonen werkt de sluitspier niet meer goed en gaat de hond urine lekken. Dit kan verschillen van kleine druppeltjes tot soms hele plassen. Heeft de hond hier last van dan zal ze de rest van haar leven hormoonpillen moeten slikken. De methode van steriliseren heeft hier geen invloed op. Aangezien sterilisatie/castratie nog meer nadelen heeft (voor en nadelen castratie) , raden wij het af als het niet medisch noodzakelijk is.

Maagtorsie; zoals alle honden met een diepe borstkas lopen ook Grote Zwitserse Sennenhonden het risico op een maagtorsie. Onderzoeken naar oorzaken van een maagtorsie spreken elkaar tegen, wel blijkt er ook hier een genetische component te zijn. Het risico op een maagtorsie neemt toe met de leeftijd. Een maagtorsie is een noodgeval, weet dus wat de symptomen zijn en ga direct naar de dierenarts. De belangrijkste symptomen zijn een harde/dikke buik, braken zonder dat er iets uitkomt, snel sloom worden (shock).

Milttorsie; vaak draait bij een maagtorsie de milt ook mee. Bij de Grote Zwitserse Sennenhond kan het echter gebeuren dat de milt wel draait, maar de maag nog gewoon op zijn plek zit. Dit kan chronisch zijn, maar ook acuut. Bij honden met een chronische milt zie je een hond die gewoon zichzelf niet is, een hond met een acute torsie kan plotseling instorten. Gelukkig komt dit niet veel voor. Maar loopt je hond te tobben met de gezondheid zonder duidelijke reden, laat dan de milt nakijken. 

Likaanvallen; een deel van de Grote Zwitserse Sennenhonden heeft last van likaanvallen. Ze beginnen dan schijnbaar uit het niets aan alles te likken. De grond, de muur, de planten, niets is veilig. De hond is zeer onrustig en wil eigenlijk het liefst naar buiten om gras te eten. Heeft hij deze mogelijkheid niet, dan kan de hond dingen gaan eten die niet eetbaar zijn. Met alle gevolgen van dien. Helaas is nog nooit onderzoek gedaan naar de oorzaak, maar het lijkt te gaan om een maagirritatie. Het eten van gras, een droge boterham of wat droge koekjes helpt meestal snel. Het voeren van meerdere, kleine, maaltijden per dag lijkt beter te zijn voor de maag.